Wro/Wabo en ruimtelijke ordening
Nieuwe wetten
Er gebeurt veel in een gemeente, en om te voorkomen dat er conflicten tussen mensen ontstaan omdat men elkaar in de weg zit wordt daarbij vaak een zekere controle door de gemeente uitgeoefend. De inrichting van het landschap in de gemeente is één van deze controlepunten. Dit betekent dat bij het bouwen of verbouwen van woningen bijvoorbeeld bouwaanvragen nodig zijn, en dat het gebruik van land aan zekere voorwaarden gebonden is.
De wetgeving die hier achter steekt is vernieuwd, met het motto ‘Decentraal wat kan, centraal wat moet’. Dit om snellere en transparantere procedures op het gebied van ruimtelijke ordening te introduceren. Sinds 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Deze wet vervangt de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). De Wet ruimtelijke ordening bepaalt een groot deel van de zeggenschap van de gemeente over haar grondgebied. Sinds 1 oktober 2010 is tevens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) in werking getreden. Deze wet vervangt ruim 25 vergunningen door één omgevingsvergunning. De inwerkingtreding van de WABO raakt de Wro en daarmee het werkveld van de ruimtelijke ordening. Sinds 1 oktober zijn de aanlegvergunning, ontheffingen van het bestemmingsplan en het projectbesluit onderdeel van de omgevingsvergunning.
Bestemmingsplannen
In de Wet ruimtelijke ordening staat het bestemmingsplan centraal. Het bestemmingsplan wordt door de gemeente opgesteld en bepaalt twee dingen: het gebruik en de bouwmogelijkheden van panden en percelen. Een bestemmingsplan moet daarbij voldoen aan ‘een goede ruimtelijke ordening’, wat betekent dat alle functies goed moeten worden afgewogen ten opzichte van elkaar zodat o.a. geen overlast ontstaat van bijvoorbeeld werken op wonen.
Het bestemmingsplan bestaat om deze goede ruimtelijke ordening te bereiken uit drie delen: toelichting, verbeelding en planregels. De toelichting legt uit wat de bedoeling van het plan is en de visie op het gebied. De verbeelding geeft het plangebied aan en welke bestemmingen waar gelden. De planregels bepalen de precieze inhoud van de bestemmingen en de in de bestemming geldende bouwvoorschriften en eventuele bepalingen omtrent werkzaamheden.
Kort voorbeeld van een bestemmingsplan:
Toelichting:
Een bestemmingsplan voor een bestaande woonwijk zal de bedoeling hebben de bestaande situatie te handhaven. Het gebruik zal daarom ‘wonen’ zijn, en dus mogen er geen winkels, bedrijven enz. hier komen. De bebouwingsbepalingen zullen aansluiten bij de soort huizen die er zijn, en aanlegvergunningen op werkzaamheden zijn slechts nodig in de buurt van de aardgasleiding.
Plankaart:
Op de plankaart worden de woningen als ‘Woondoeleinden’ aangemerkt, de wegen als ‘Verkeersdoeleinden’, het openbaar groen als ‘Groen’, en de loop van de aardgasleiding als ‘Gasleiding’. De bouwgrenzen van de woningen worden op de plankaart aangegeven.
Regels:
‘Woondoeleinden’ zijn bestemd voor wonen, ‘Verkeersdoeleinden’ voor wegen, parkeren en groen, ‘Groen’ voor groen, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden. De woningen mogen een goot- en bouwhoogte van 5 m. en 9 m. hebben. Binnen de bestemming ‘Gasleiding’ dient voor graafwerkzaamheden een omgevingsvergunning te worden aangevraagd.
Een bestemmingsplan schept zo rechten en plichten waar burgers, bedrijven, instellingen en overheid zich aan dienen te houden. De plankaart en regels zijn namelijk juridisch bindend. Zo zorgt een bestemmingsplan er voor dat er een zekere kwaliteit wordt behouden in de gemeente, zodat niet opeens een flat naast een gewoon huis verschijnt. Dit is de waarborging van een goede ruimtelijke ordening.
Afwijken van het bestemmingsplan
Het is de bedoeling dat iedereen zich aan de regels van een bestemmingsplan houdt. Er kunnen zich echter situaties voordoen, die het wenselijk of noodzakelijk maken om af te wijken van het bestemmingsplan. Dit kan variëren van het plaatsen van een dakkapel tot het bouwen van een complete woonwijk.
Afwijken van het bestemmingsplan is alleen mogelijk binnen de kaders van de Wet ruimtelijke ordening en de WABO. In deze wetten wordt bepaald wanneer de gemeente ertoe mag besluiten om afwijkingen in strijd met het bestemmingsplan toe te staan, dit om de goede ruimtelijke ordening te behouden. Verder schrijven deze wetten voor welke procedure er moet worden doorlopen, voordat een afwijking kan worden toegestaan.
Het is dus in de Wet ruimtelijke ordening (net als in de oude WRO) en de WABO toegestaan af te wijken van het bestemmingsplan. De manier waarop deze afwijkingen kunnen worden toegestaan is echter verschillend. Onder de oude wet ruimtelijke ordening (WRO) kon vrijstelling van het bestemmingsplan worden verleend na het doorlopen van de wettelijke procedures. Het betrof hier de zogenaamde artikel 11, 15, 17 en 19-procedures. Onder de nieuwe wetten (Wro en WABO) kan een afwijking worden toegestaan door het verlenen van een tijdelijke afwijking, een binnenplanse afwijking, een kleine buitenplanse afwijking (kruimelgevallen), een grote buitenplanse afwijking (voormalig projectbesluit) of het herzien van het bestemmingsplan.
Deze mogelijkheden tot afwijken van een bestemmingsplan leiden echter niet automatisch tot de gewenste afwijking. Een afwijking kan ook geweigerd worden. Dit omdat de gemeente in een bestemmingsplan een goede ruimtelijke ordening heeft aangegeven. Indien afwijken van een bestemmingsplan leidt tot een verminderde ruimtelijke ordening kan deze afwijking worden geweigerd. Zeker bij nieuwe bestemmingsplannen is de vraag gerechtvaardigd waarom daar van af geweken dient te worden.
Principeverzoek
Wilt u meer zekerheid hebben over de planologische haalbaarheid van uw plannen? Dan kunt u eerst een principeverzoek indienen. Een ‘principeverzoek’ is een verzoek aan het gemeentebestuur om een beoordeling van uw initiatief op wenselijkheid/haalbaarheid.
Een principeverzoek wordt o.a. getoetst aan het bestemmingsplan. Als uw initiatief daarmee in strijd is, wordt beoordeeld of het gemeentebestuur in principe bereid is een planologische procedure te voeren om uw initiatief mogelijk te maken. Het antwoord van het gemeentebestuur op uw principeverzoek geeft informatie over uw kansen op een afwijking of een herziening/wijziging van het bestemmingsplan. Voor meer informatie over principeverzoek, klik op: principeverzoek en een ambtelijk vooroverleg.
Nieuwe leges
Voor het afwijken van het bestemmingsplan dienen dus procedures doorlopen te worden. Deze procedures zijn er om te verzekeren dat de goede ruimtelijke ordening die het bestemmingsplan nastreeft, niet door de afwijking van het bestemmingsplan teniet gedaan wordt.
Voor deze procedures om af te mogen afwijken van het bestemmingsplan worden kosten (leges) in rekening gebracht. Dit is vastgelegd in de gemeentelijke legesverordening. De legesverordening is naar aanleiding van de invoering van de Wet ruimtelijke ordening en de WABO vernieuwd. De hoogte van de leges is nu opnieuw berekend, en hangt af van de kosten die de gemeente maakt voor de behandeling van de procedure. Hierbij kan worden gedacht aan personeels-, advertentie-, procedurele en advieskosten. Bij het bepalen van deze kosten wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende procedures. Er kan worden uitgegaan van het principe: hoe groter de ingreep, hoe hoger de leges.
De nieuwe Wro en de WABO in de praktijk
De nieuwe Wro heeft geen drastische veranderingen tot gevolg. Voor inwoners van de gemeente Leeuwarderadeel zijn vooral de nieuwe verplichtingen voor de gemeente van belang. Ten eerste dienen alle panden en percelen binnen de gemeente in een bestemmingsplan te zijn opgenomen. Ten tweede dienen nieuwe bestemmingsplannen per 1 juli 2009 digitaal beschikbaar te worden gesteld, zodat ieder de eigen mogelijkheden kan inzien.
De gemeente Leeuwarderadeel voldoet reeds aan de eerste verplichting – heel de gemeente is gedekt door bestemmingsplannen. Aan de tweede verplichting zal de gemeente in de loop van de jaren gaan voldoen. Op het moment zijn ongeveer de helft van de bestemmingsplannen reeds digitaal in te zien.
Met de komst van de WABO is er wel het een en ander veranderd. In een bestemmingsplan onder Wabo wordt niet meer gesproken van bijvoorbeeld ontheffingsregels, maar van afwijkingsregels. Sommige instrumenten die eerst in de Wro waren geregeld zijn nu ondergebracht in de WABO.
Periodiek zullen de bestemmingsplannen vernieuwd worden, aangezien de gemeente de plicht heeft de bestemmingsplannen iedere 10 jaar te herzien of éénmalig met 10 jaar te verlengen. Bij herziening zijn er ruime inspraakmogelijkheden voor de inwoners, belanghebbenden en ander geïnteresseerden. Hiervan wordt dan in de Stienser Omroeper en op deze website bericht gedaan. De procedure van het tot stand komen van een bestemmingsplan wordt hier verder toegelicht.
Naast bestemmingsplannen zullen de nieuwe Wro en de WABO voornamelijk bij afwijkingsprocedures van het bestemmingsplan van belang zijn. Indien u plannen heeft welke niet binnen het bestemmingsplan passen zal de gemeente u meedelen van welke afwijkingsprocedure u mogelijk gebruik kunt maken (waarbij opgemerkt dat deze procedures niet automatisch tot goedkeuring van uw plan leiden). Als afwijken van de bepalingen niet mogelijk is, kunt u de gemeente vragen om het bestemmingsplan te wijzigen. Meer informatie kunt u bij de sector Grondgebied, cluster VROM inwinnen.